Kasteel Uitbergen

Het kasteel van Uitbergen is een minstens tot de 16de eeuw opklimmende omwalde hoeve, die in de loop van de 18de eeuw evolueerde naar een zelfbedruipende omwalde buitenplaats met aangelegd park als eigendom van adellijke families. De verdere evolutie toont een verschuiving van functie als zomerresidentie naar een kasteel met permanente bewoning.
De vroegere buitenplaats klimt minstens tot de 16de eeuw op en wordt als omwalde behuisde site naast de Schelde aangegeven op de figuratieve kaart van het Land van Aalst. In de loop van de 18de eeuw is de omwalde hoeve genaamd 'het Stroothof' gewijzigd in een buitenverblijf. Volgens een verkoopsdocument van 1739 betrof het toen een ‘bewalt huys, met schueren, stallen, boomgaert ende voordere appendentien ende dependentiën’.
De buitenplaats kwam in het laatste kwart van de 18de eeuw in het bezit van de adellijke familie Terlinden. In een kaartboek van 1784 werd op deze locatie naast de Schelde het buitengoed als 'Chateau d’Uytberghen' opgetekend, voorgesteld als een L-vormig classicistisch dubbelhuis van vijf traveeën en twee bouwlagen, met centraal driehoekig fronton en rechts aanleunende smalle aanbouw. Links ervan werd een poortgebouw en een kleine stal weergegeven. Uit een aankondiging van de verkoop van het goed in 1807 kan worden afgeleid dat het echtpaar Terlinden het kasteel grondig vernieuwde. De verkoop van het domein werd opgedeeld in zeven loten. Lot één omvatte een huis met twee verdiepingen, helemaal onderkelderd, veertien jaar geleden nieuw gebouwd, met plaatsen voor de dienstboden, washuis, remisen, pakhuis met drie zolders voor graan, een boomgaard, twee groentetuinen, volledig omringd met grachten. Lot twee omvatte de dienstgebouwen, stokerij, brouwerij, stallen, pakhuizen voor jenever en dergelijke gelegen ter hoogte van het Veylaerdsstraetjen. Lot drie was een nieuwe Engelse tuin met perken, watervallen en bronnen. Lot vier was de oude Engelse tuin met uitheemse bomen, een dreef, belvedère en “speelhuys voor de vyscherije” . Een kadastraal plan van 1811 toont deze situatie met een langgerekt L-vormig gebouw grenzend aan een rechthoekige omgrachting met links ervan de dienstgebouwen.
Het kasteel werd omstreeks midden 19de eeuw door architect Louis Minard verbouwd in neoclassicistische stijl en voorzien van een tweede vleugel. Het hoofdgebouw verkreeg daarbij een symmetrische U-vormige aanleg waarvan het uitzicht aan de parkzijde tot op heden hetzelfde bleef.
Nadien werd het kasteel de woonst van de burgemeesters van Uitbergen. Graaf van den Steen de Jehay liet onder meer de walgracht aan de straatzijde achter het kasteel dempen en de Moleneindestraat zuidwaarts en De Veulaerstraat westwaarts verleggen, waardoor het privaat karakter verhoogde en de zichtbaarheid van het kasteel vanaf de straatkant afnam. Rond diezelfde periode bouwde de graaf westwaarts ook de Sint-Rochuskapel en traditionele aanhorigheden zoals de  onciërgewoning en de koetsiers-en hovenierswoning. De bijhorende dienstgebouwen, muur en toegangspoort vlak naast het kasteel, werden met uitzondering van het zogenaamde 'vissershuisje' afgebroken.
Het domein kwam in het bezit van graaf Amédée Visart de Bocarmé, sinds 1876 burgemeester van Brugge. Hij was voorzitter van de Belgische Bosbouwvereniging en eigenaar van proefvelden in de Ardennen waar hij experimenteerde met, vaak uit Amerika afkomstige, boomsoorten en planten. Zijn kennis van bomen en bossen gebruikte hij voor de heraanleg van het kasteeldomein van Uitbergen als dendrologisch landschapspark dat tot op heden grote historische en botanische waarde heeft.
Zijn zoon Albert Visart de Bocarmé, van 1895 tot 1947 burgemeester van Uitbergen, had naast het kasteeldomein van Uitbergen ook het Donkmeer en omliggende gronden in zijn bezit. Na zijn dood werden zijn bezittingen overgedragen aan de familie de Crombrugghe de Picquendaele die 86 hectare met het Donkmeer verkochten aan de intussen opgerichte Intercommunale Vereniging van de gemeenten Berlare, Uitbergen en Overmere.
In 1988 werd de kasteelsite verkocht aan antiekhandelaars Kirchhoff en Degroote. De zaakvoerders startten daarop een minutieuze restauratie van het goed en omliggend park dat een achttal jaar in beslag nam. Kunstschilder L. Meersman stond onder meer in voor de historiserende schilderwerken. Naast het hoofdgebouw, was ook de neogotische kapel van 1898-1899 eind jaren 1980 aan herstel toe. Gelijktijdig werd ook het park in zijn oude glorie hersteld.
In 1996 kwam het kasteeldomein in het bezit van de huidige eigenaars die de grondige restauratie van het kasteel en de bijhorende parkaanleg met zeer veel zorg verderzetten.

De uitzonderlijke waarde van het kasteelpark wordt hoofdzakelijk bepaald door tal van belangrijke bomen die merendeels in het begin van de 20ste eeuw door Amédée Visart de Bocarmé werden aangeplant. Aan dit arboretum met dendrologische collectie ontleent het park een grote historische en botanische erfgoedwaarde. De lijst met boomsoorten omvat ook een vrij uitgegroeide fladderiep die zich situeert in het loofbosbestand net buiten het kasteeldomein. Deze zeldzame boom vormt een uitzonderlijke vertegenwoordiger van zijn soort.

Bron: https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/78638

Berlare gebruikt cookies om jouw surfervaring op deze website gemakkelijker te maken.Verder gaanMeer over cookies